In 1890 werden 6 armenhuisjes gebouwd op het achter terrein van het Burgerweeshuis aan het Kloosterplein. In 1950 werden deze onbewoonbaar verklaard en deels gesloopt en deels verbouwd tot 3 garage boxen. Nu zijn deze casco’s weer volledig bewoonbaar als “tiny-house”. Met een totale oppervlakte van 40 m2 bevindt zich op de begane grond het wonen en op de 1e verdieping het slapen, dit alles binnen de inwendige maten van circa 440 x 550 cm.
We hadden enkele interessante aanknopingspunten voor het herstel van de gevel; een oude foto en drie oorspronkelijk gemetselde “hanenkammen” (rollaag boven het kozijn) waren zichtbaar, zodat we de maten van de voordeur, het raam en de positie in de gevel konden herleiden. Een ander mooi detail in de zolderkap zijn de Philibert de l’Orme spanten, een gebogen houten spant. Bij het herstellen van de gevel was het belangrijk om de maten van deze oude baksteen te respecteren, en dat was een Oldenburger steen 220x105x52 mm, waar we een oude partij van vonden.
Als architect is het maken van een goede indeling voor een kleine woonruimte een interessante puzzel. Ruimtelijkheid door een vrije hoogte van 310 cm, licht inval door één raam en 2 dakramen, slechts één binnendeur (toilet), techniek en een trap camoufleren achter een houten wandje. Een compacte leefruimte die groots aanvoelt.








